Fréderique's dagboek
Fréderique Kallen is mede- oprichter en werkzaam in Ayacucho. Via dit dagboek houdt zij iedereen op de hoogte van haar ervaringen.
Recente artikelen
Archief
2009/2008/2007

Terug naar Ayacucho
Magali, mijn collega in het huis voor de straatjongens, is om 7 uur vertrokken om in de rij te staan. We willen op bezoek bij J. Het ging hartstikke goed op school en op onze timmerwerkplaats, maar de zaterdagavonden waren moeilijk. Als beloning mogen de jongens in het weekend meestal uit en ondanks het klein bedrag zakgeld komt het wel eens voor dat ze dronken thuiskomen.
Op een zaterdagavond in juni zijn J. en C. door de politie opgepakt tijdens een gevecht met andere dronken mannen. C. is met zijn 17 jaar naar de jeugdgevangenis in Lima gestuurd, J. is al 19, dus hij is naar de gevangenis in Ayacucho. Toen ik in juli terugkwam uit Nederland, ben ik zo vaak ik kon in Lima op bezoek geweest. Ik mocht door een andere ingang en werd minder goed gecontroleerd dan de vriendinnen, moeders en zussen die ook op bezoek kwamen. Magali had me al verteld dat het bezoek in Ayacucho in de gevangenis moeilijker is.
Ik regel vandaag voor de andere jongens ontbijt, terwijl Magali in de rij staat met honderden andere vrouwen en kinderen. Als ik rond 8 uur ook kom, staat ze halverwege de rij. Ik sluit aan. De zon schijnt vol op ons, ik heb nooit gemerkt dat het al zo warm is op dit uur. Iedereen staart me aan. Achter me zegt iemand: “Hier tref je alles aan, peruanen, gringas”. Gelukkig heb ik nuchtere Magali naast me die zich nergens iets van aan trekt. Na een uur krijgen we een stempel en nummer op onze rechterarm. Ik ben 214. Magali moet links naast me in de rij met de oneven nummers gaan staan. Alle vrouwen zijn verplicht in rok, sandalen en groot shirt te komen. Omdat de mannen natuurlijk weinig vrouwen zien en al amper witte vrouwen, heb ik voor de langste rok en het grootste shirt dat ik heb gekozen. Er wordt gevochten vooraan in de rij. Blijkbaar wilde iemand voorkruipen en eerst wordt er geschreeuwd, maar daarna ook aan de haren getrokken en geslagen. Ik kijk een beetje angstig om me heen of ik dat ook van een van de vrouwen voor of achter me kan verwachten. Magali lacht erom. Ze vertelt dat er ook regelmatig ruzies zijn tussen echtgenotes en minnaressen. De man zit in de gevangenis en beide vrouwen komen op bezoek. Als ze elkaar tegenkomen geldt het recht van de sterkste of de gemeenste. Ongelofelijk.
Ongelofelijk vind ik ook dat er magere bejaarde vrouwen in de rij staan. Drie rokken over elkaar en tassen vol eten bij zich. Soms al jarenlang 2 keer per week naar hun man of zoon. Ze zeggen geen woord. Ik raak gefrustreerd van de warmte, de onzinnige regeltjes van de bewakers en vooral hun onbeschofte geschreeuw naar de wachtende mensen. Ik voel me een ongelofelijk verwende luie buitenlandse als ik tegen Magali zeg dat ik bijna flauwval. Zij antwoordt: “we zijn al halverwege”. WAT? Nog twee uur te gaan. Vlakbij de ingang staan twee verpleegsters. Een heeft de geweldige taak om een poster vast te houden, de ander schreeuwt informatie over de Mexicaanse griep naar alle bezoekers. Als iemand niest, maakt een ander een grapje. Dat valt niet in goede aarde bij de pratende verpleegster en ze roept: “Denken jullie dat ik hier voor mijn lol sta? Jullie hadden jullie kinderen thuis moeten laten. Hier eten ze allemaal dingen waar stof op zit en nu krijgen ze allemaal de Mexicaanse griep. Jullie pakken waardevolle tijd van ons af waar we eigenlijk met patiënten in het ziekenhuis zouden moeten werken.” Een mevrouw knikt ijverig, de rest kijkt voor zich uit.
Eindelijk, we zijn binnen. Om indruk om mij te maken, gaat een bewaker opeens racistische grapjes maken en de andere bewaker laat zeer bezorgd 2 oudere dames eerst naar binnen. Ik ben te moe om er een sarcastische opmerking over te maken. Daar zou Magali ook niet blij mee zijn geweest. Ons eten wordt gecontroleerd en daarna controleert een vrouwelijke bewaker of we niets op ons lichaam verstopt hebben. Wat een ongemakkelijk gevoel.
J. wordt geroepen. Hij ziet ons en mijn duizeligheid is over als ik in zijn ogen kijk. Och jongen toch. We omhelzen elkaar wel 30 keer. Hoe heeft dit nu kunnen gebeuren? Hij is de kleinste en magerste van alle gevangenen die ik zie. Omdat hij het grootste deel van zijn leven op straat heeft geleefd is zijn lichamelijke en geestelijke ontwikkeling niet goed. We weten dat het gevaar voor mishandeling en misbruik heel groot is. Ik probeer in zijn ogen en uit zijn antwoorden een aanwijzing te krijgen. Gaat het goed? Wordt hij beschermd door de persoon waar hij een duur bed aan betaald heeft? Redt hij het? We doen spelletjes en hij lacht, hij eet goed en heeft plannen om dingen te leren in de gevangenis. Magali en ik voelen ons goed bij hem. De tijd vliegt om en de andere mannen vragen of we de spelletjes ‘koehandel’ en ‘codekraker’ achter willen laten. Natuurlijk, ALLES om J. een betere status te geven. 
J. vooraan met de bal
Na het bezoek aan J. gingen we verder met het verjaardagsfeestje van Marco en Victor. Vanaf de eerste dag dat ik weer in Ayacucho was, vroegen de twee mij elk kwartier wanneer hun verjaardag gevierd zou worden. Vanavond is het voor hen dan eindelijk zo ver. Ik vraag welke meisjes komen. Oeps, die zijn ze vergeten uit te nodigen. Ze krijgen er van de andere jongens behoorlijk van langs. Hoe dom kun je zijn om op een dansfeestje niet aan meisjes te denken? Arme feestvarkens, ze weten niet hoe snel ze naar Keiko Sofia moeten gaan om te bedelen bij de moeders (want daar ligt de beslissing). Om 8 uur, als het feestje start, is er geen meisje. Zelfs bij het parkje waar ze elkaar ontmoeten om naar de discotheek te gaan, zijn de meiden niet te bekennen. Gedurende een minuut wordt gediscussieerd wat er dan moet gebeuren. Magali maakt de ongelukkige opmerking dat wij (Magali, de vriendin van Teo en ik) toch ook meiden zijn. Nou jaaaaaaa, we zijn dan wel van het vrouwelijke soort, maar wij zijn als hun moeders. Met dit ‘bejaarde gevoel’ gingen we dan toch maar met de jongens dansen. De stereotoren op maximaal en de tafel vol met lekkers.
Het is een mooie Peruaanse traditie om de jarige een hapje te laten proeven van zijn taart. En dan snel het gezicht in de taart duwen. 

Het is supergezellig. De jongens lachen en plagen elkaar. Omdat het contact tussen de ‘jongens van het huis’ en de ‘jongens van de straat’ niet altijd goed is, genieten we extra van deze momenten vol vriendschap. 

Victor is erg gelukkig met zijn reaggeton pet en trui. Ondanks de hitte heeft hij er de hele avond mee gedanst. De nieuwe broek voor Marcos is helaas iets te klein. We beloven hem samen een nieuwe uit te zoeken. Na de avond worden we allemaal bedankt door Marcos en Victor. De jongens kijken samen nog een film en de jongens van de straat mogen blijven slapen.
Een drukke, heerlijke zaterdag!
<< Terug


hoi frederique,wat heftig allemaal he!hoe lang moeten de jongens in de gevangenis blijven?wat een zorg erbij voor jou.hopelijk duurt het niet lang.
heb je het leuk gehad in nederland? volgende keer hopelijk weer tijd voor een sauna en bij kletsen, kijken of we weer iets af kunnen spreken he! zijn de moeders alweer engeltjes aan het maken????? groetjes mieke ,pas goed op jezelf he !liefs.
Hallo Frederique. Een indrukwekkend verslag. Zo te zien hebben de jongens een mooi feest gehad in aanwezigheid van een aantal mooie meiden. Ik wens J. en C. veel moed toe en jou ontzettend veel succes in je werk. In Nederland blijven we je op de voet volgen. Hartelijke groet!